Bureau Marja de Bruijn

Ga naar Bureau Marja de Bruijn

 


 
 

Pensioen voor vrouwen

Bureau Marja de Bruijn BV
Postbus 86
2050 AB  Overveen

023-5250096


Pensioen en deeltijdwerk


De gevolgen voor het pensioen bij tijdelijk of deeltijdwerk, bij eerder stoppen of het opnemen van verlof.

Vooral vrouwen zijn goed in het slaken van een zucht als het woord pensioen valt. Ooit een vrouw ontmoet die zich zorgen maakte over haar pensioenopbouw toen ze minder ging werken? Terwijl dat voor mannen juist een van de argumenten is om niet in deeltijd aan de slag te gaan.

Pensioen is de verzamelnaam voor de AOW, aanvullend pensioen en eventuele persoonlijk getroffen financiŽle regelingen zoals lijfrente, spaarloon, ed.. Men spreekt van een volledige pensioenopbouw als je na je 65e een inkomen hebt van 70% van het laatst verdiende loon.

De AOW is de oudedagvoorziening van de staat. Burgers van 65 jaar en ouder ontvangen hun AOW uit de premies die de werknemers van nu maandelijks afdragen aan de staat. Voor actuele AOW gegevens zie Fiscale Feiten bij Nieuws en weetjes. Omdat de AOW geen vetpot is, is een aanvullend pensioen voor velen bittere noodzaak. Het aanvullend pensioen is een soort collectieve spaarpot die wordt opgebouwd uit premies van werknemers en werkgever(s). Het pensioenfonds beheert dit geld en keert het later uit. Aanvullend pensioen is een arbeidsvoorwaarde, dus geregeld in bijvoorbeeld de cao.
Onze pensioenregels dateren nog uit de kostwinnerstijd en zijn geŽnt op het traditionele arbeidspatroon van mannen. Om een maximale pensioenopbouw te bereiken, moet je 40 jaar aaneengesloten fulltime hebben gewerkt. De verzekeraars hebben eens uitgerekend dat slechts 70% van de werknemers aan die norm voldoet. Vooral vrouwen, met hun flexibele arbeidspatronen ( deeltijdwerk, tijdelijk uittreden en verlof opnemen), zijn de dupe van deze regeling. En bijna 8% van alle werkenden bouwt zelfs helemaal geen aanvullend pensioen op, blijkt uit een onderzoek van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Onder de werknemers die geen aanvullend pensioen opbouwen omdat hun werkgever daarvoor geen regeling heeft, zijn weer vrouwen dan mannen.  Bijvoorbeeld: een secretaresse die bij een bouwbedrijf werkt, valt niet onder de bouw-cao (waarin aanvullend pensioen is geregeld), terwijl er voor deze beroepsgroep evenmin een eigen regeling is.
Maar ook werknemers met een kleine (deeltijd)baan (vooral vrouwen) bouwen vaak geen of nauwelijks pensioen op. Dat komt omdat het aanvullend pensioen niet wordt opgebouwd over het hele inkomen, maar de toekomstige AOW-uitkering daarop in mindering wordt gebracht. Deze grens heet in vakjargon franchise. Veel pensioenfondsen hanteren een vaste franchise varieerend van € 10.000 tot € 21.000 per jaar). Wie een bruto jaarinkomen heeft dat lager of nauwelijks hoger ligt dan de franchise, bouwt dus niet of nauwelijks aanvullend pensioen op. Een aantal pensioenfondsen met veel deeltijders – zoals PGGM (zorg) en het ABP (overheid/onderwijs) – heeft deze franchise uit eigen beweging verlaagd. Maar dat is nog lang niet door alle fondsen gedaan.

Mensen die vermoeden dat ze onvoldoende aanvullend pensioen hebben opgebouwd, kunnen extra sparen. Soms zijn er in de cao afspraken gemaakt over pensioensparen of het inzetten van extra vrije dagen voor prepensioen. Nu het kabinet meer de nadruk legt op langer werken en bovendien wil bezuinigen, worden de regelingen (zoals spaarloon en lijfrente) naar verwachting minder.

Meer vrouwen dan mannen nemen de beslissing om zorg- of ouderschapverlof op te nemen of (tijdelijk) te stoppen met werken. Mede daardoor hebben vrouwen over het algemeen na hun 65e een minder florissant inkomen dan mannen. In sommige pensioenregelingen is een afspraak gemaakt over pensioenopbouw tijdens ouderschapverlof, maar voor andere verlofvormen ie er vaak niets geregeld.
Het is niet alleen belangrijk dat het pensioen tijdens het verlof doorloopt, maar ook dat er iets geregeld is in geval de verlofganger arbeidsongeschikt raakt of overlijdt. Ook voor eventuele nabestaanden. Want anders wordt de pensioengrondslag gebaseerd op het minieme inkomen van dat moment, en niet op basis van de ‘normale werktijd’. Dat kan een financiŽle strop betekenen. Verlofgangers zijn gewaarschuwd!

Voor vrouwen die willen stoppen met werken zodra hun partner met pensioen gaat is dit bijna onmogelijk gemaakt. Pre-pensioen en overbruggingslijfrente zijn fiscaal onaantrekkelijk gemaakt. Het beleid van de overheid is erop gericht om te blijven werken tot je 65e jaar en in de toekomst mogelijk nog langer!