Bureau Marja de Bruijn

Ga naar Bureau Marja de Bruijn

 


 
 

Pensioen voor vrouwen

Bureau Marja de Bruijn BV
Postbus 86
2050 AB  Overveen

023-5250096


Pensioen en eigen bedrijf


Eigen bedrijf als spaarpot

Ondernemers hebben net als iedere andere Nederlander, vanaf hun 65e jaar recht op AOW. Dat is maar een minimumuitkering. Toch heeft slechts iets meer dan de helft van de ondernemers een aanvullend pensioen, berekende MKB-Nederland, de vakorganisatie van ondernemers. Ondernemers die nog geen aanvullende pensioenvoorziening hebben of het zicht daarop kwijt zijn, doen er goed aan het eens met hun adviseur over te hebben. De vraag: wat wil ik later gaan doen en hoeveel geld heb ik daar voor nodig, dient daarbij als richtlijn. Als je een eigen bedrijf hebt, kun je uit je winst sparen voor je oudedagsvoorziening. Het pensioen dat je eventueel eerder in loondienst hebt opgebouwd, moet je daarbij natuurlijk niet vergeten. Net zoals andere financiŽle ‘injecties’,zoals overwaarde van je huis of bedrijfspand en te verwachten erfenissen.

Je mag van de fiscus een deel van je winst reserveren voor je pensioen. Over dat bedrag betaal je (nog) geen inkomstenbelasting. In jargon heet dit de fiscale oudedagsreserve (FOR). Ooit gaat de fiscus die uitgestelde belastingen natuurlijk wel incasseren, meestal op het moment dat je zaak ophoudt te bestaan of bij overlijden. Reken je dus niet ten onrechte schat-hemeltje rijk: als je elk jaar €10.000 aan FOR opzij legt, ben je na 10 jaar over €100.000 nog uitgestelde inkomstenbelasting verschuldigd.

Het FOR-bedrag dat je spaart is aan meer regels gebonden: jaarlijks mag je niet meer dan 12% van je winst opzij zetten, met een maximum van iets meer dan €10.000. Ook het totale spaarsaldo is begrensd: het mag aan het eind van de rit niet hoger zijn dan het ondernemingsvermogen. Dat ondernemingsvermogen behelst het saldo van zaken die je kunt omzetten in klinkende munt, zoals een winkelpand of apparatuur. Vrouwelijke ondernemers hebben vaker dan mannen een bedrijf met weinig ondernemingsvermogen. Meestal komen ze met een computer, een pennenset en een auto. Al een heel eind. Daardoor zitten ze dus al heel snel aan hun FOR-grens. Onderneemsters met een klein ondernemingsvermogen doen er dus goed aan om een andere spaarpot te creŽren.

Of je als ondernemer voor de FOR in aanmerking komt, is ook nog afhankelijk van het aantal uren dat je werkt in je bedrijf. Overigens heeft de Tweede Kamer in 2002 besloten om dit urencriterium voor zwangere onderneemsters met terugwerkende kracht tot 1-1-2002 wordt aangepast. De FOR is tenslotte persoonsgebonden: partners die samen een zaak hebben, kunnen dus ieder een eigen pensioen opbouwen.

Als startende onderneemster houd je soms onvoldoende geld over om voor je pensioen te sparen. Het heeft dan ook de voorkeur eerst te denken aan een goede arbeidsongeschiktheidsverzekering, als je moet kiezen tussen dat risico te verzekeren en je pensioen opbouwen. Want anders heb je – als het tegenzit – straks wel een mooie pensioenregeling, maar geen geld om erin te steken.

Een aantal voorbeelden:

Communicatieconsultant: ‘Ik wil stoppen op mijn 60e ‘
Saskia Goedegebuure, 37 jaar, gescheiden, 2 kinderen (6 en 4 jaar), is dit jaar arbeidsongeschikt  geraakt.


‘Als alleenstaande moeder wil ik absoluut geen financiŽle risico’s lopen. Daarom ga ik bijvoorbeeld niet duurder wonen, terwijl ik dat best zou kunnen. Ik ben 3 jaar geleden voor mezelf begonnen. Als zelfstandige kon ik veel meer verdienen en kreeg ik meer zeggenschap over mijn tijd dan in vaste dienst. Als directeur communicatie had ik een brutosalaris van €72.000. Vorig jaar had ik als ondernemer een belastbaar inkomen van bijna €175.000. Dat zal de komende jaren de helft minder worden, omdat ik door een chronische ziekte niet meer fulltime kan werken.

Ik heb van begin af aan goed geÔnvesteerd in zaken als een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen. Samen met een financieel adviseur heb ik uitgezocht wat het beste voor me was. Nu ik deels arbeidsongeschikt dreig te raken, merk ik pas hoe belangrijk het is dat dat goed is geregeld. Zo blijk ik een pensioenpolis te hebben die erin voorziet dat ik na een jaar arbeidsongeschiktheid geen pensioenpremie meer hoef te betalen, terwijl de verzekering gewoon doorloopt. Ook kan ik mijn pensioenverzekering meenemen als ik weer eens ergens in dienst zou komen.

Ik spaar voor een aanvullend pensioen dat is gebaseerd op een uitkering van €43.000 vanaf mijn 60e jaar. Daarvoor stort ik jaarlijks een bedrag van €4827 in een aandelen- en obligatiefonds dat beheerd wordt door een grote pensioenverzekeraar. In dat fonds had ik eenmalig al eens ruim €10.000 gestort.

Los van dit aanvullend pensioen heb ik een eigen woning met kantoor aan huis, dat de afgelopen jaren flink in waarde is gestegen: de overwaarde is zo’n €150.000. Daarnaast heb ik €36.000 geÔnvesteerd in aandelen. Ook dat zie ik als aanvulling op mijn pensioen.

Ik heb maandelijks ruimte om te sparen, maar met het oog op toekomstige jaren dat het misschien wat minder gaat met mijn bedrijf wil ik mezelf financieel niet klemzetten. Het liefst wil ik een spaarvorm waarbij ik dat geld ook weer zou kunnen opnemen. Daarom heb ik nu ook een aflossingsvrije hypotheek op het huis genomen: ik betaal dan alleen de rente. Het bedrag dat ik bespaar op de maandelijkse aflossing zet ik opzij.


Advies Marja de Bruijn:

Saskia heeft haar pensioen goed geregeld. Ze moet er wel rekening mee houden dat ze de periode van haar 60e tot haar 65e moet ‘overbruggen’. Ze wil dan niet weer werken en ze krijgt nog geen AOW-uitkering. Maar volgens mij heeft ze daarbij aan de opbrengst van de verkoop van haar aandelen voldoende. Nog meer sparen voor later hoeft niet. De constructie met de aflossingsvrije hypotheek is een goede. Ik raad Saskia aan het bedrag dat ze opzijlegt, te beleggen. Want de rendementen op beleggingen leveren meer op dan de aftrekbare hypotheekrente kost. Om zekerheid te hebben, kan ze kiezen voor een beleggingsmogelijkheid met een ingebouwde garantie, waardoor eventuele verliezen beperkt blijven.