Bureau Marja de Bruijn

Ga naar Bureau Marja de Bruijn

 


 
 

Pensioen voor vrouwen

Bureau Marja de Bruijn BV
Zeeweg 16
2051 EC  Overveen
023-5250096


Pensioen en scheiding


Onverwacht verder op halve kracht

“Zijn pensioen kon me aanvankelijk niet schelen toen we bezig waren met de scheiding. Ik dacht dat je ook daarna nog alle tijd had om bij het pensioenfonds aan de bel te trekken. Maar de bemiddelaar wees ons erop dat onze pensioenen kapitaal vertegenwoordigd dat net als onze andere bezittingen bij de verrekening moest worden meegewogen.”
Beleidsmedewerker Margot Geerlings (50) uit Leiden brak afgelopen zomer met haar man. Haar ex-man was eerst bij 2 bedrijven in dienst alvorens zich 6 jaar geleden als zelfstandig consultant te vestigen. Sinds haar 30e jaar – toen hun 1e kind werd geboren – werkt Margot parttime. Haar ex was steeds fulltime blijven werken.
De echtscheidingsbemiddelaar tot wie Margot en haar man zich wendden, liep punt voor punt alle belangrijke onderwerpen met hen beide door. Als laatste kwam het pensioen aan bod. “Mijn ex had bij zijn voormalige werkgevers pensioen opgebouwd, maar daarna een paar jaar niets. Pas de laatste 4 jaar had hij in zijn eigen BV een pensioenvoorziening getroffen. Hij was happig op mijn pensioen, omdat hij dacht dat ik ondanks mijn parttime werken meer had opgebouwd dan hij. Maar toen we de papieren naast elkaar legden, bleek hij in totaal nog iets meer te hebben dan ik. Juist omdat dat deels in zijn eigen bedrijf zit, heb ik voorgesteld dat we afzien van aanspraken op elkaars pensioen. Stel dat zijn bedrijf failliet gaat, dan zou ik met lege handen staan. Ik heb een pensioengat, want ik krijg straks niet 70 maar slechts51% van mijn laatstverdiende loon als pensioen: dat komt neer op ruim 21.000 euro per jaar bruto. Met de AOW erbij lijkt het me dat ik best kan rondkomen. Het nabestaandenpensioen, waarvoor ik steeds premie heb betaald, kan ik bovendien uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Ik ga nog bekijken of het raadzaam is bij te sparen voor mee, of vervroegd pensioen, maar misschien is dat niet nodig als ik mijn eigen woning als oudedagsvoorziening inbreng.”

Gelukkig is Margot niet aan de bedelstaf overgeleverd na haar 65e, ondanks de scheiding en haar parttimebaan. Maar 4 van de 5 gehuwde vrouwen is niet economisch zelfstandig, zoals zij. Dat wil zeggen dat ze met minder dan 70% van het minimumloon toe moeten. Bij een scheiding hebben ze vaak financieel het nakijken. En gescheiden wordt er veel: 1 op de 3 huwelijken strandt en de ontbinding van een geregistreerd partnerschap of samenleefcontract is een fluitje van een cent.
Niet alleen hebben vrouwen meestal minder inkomen doordat zij korter zijn gaan werken, verlof hebben opgenomen of helemaal zijn gestopt om voor huishouden en kinderen te zorgen, zij hebben vaak ook nauwelijks of geen eigen pensioenvoorziening. Daarom bestaat in Nederland sinds 1995 de verplichting bij een scheiding het ouderdomspensioen te verdele dat gedurende het huwelijk is opgebouwd, net als het huis, de meubels en de bankrekening. Dat is ongeacht het huwelijksregime (gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden). Alleen als het bij het vastleggen van de huwelijkse voorwaarden of in een scheidingsconvenant anders is geregeld, kan van verevening worden afgezien.
Veel pensioenfondsen kennen gelijke rechten toe aan partners die samenleven en dat op een of andere wijze hebben geregistreerd. Maar wie niet voor verrassingen wil komen te staan, kijkt het even na.
Als de scheiding binnen 2 jaar bij het pensioenfonds is gemeld, komt de ex er bij de afwikkeling helemaal niet meer aan te pas. De betalingen geschieden na uw 65e rechtstreeks door het pensioenfonds. Wie de termijn van 2 jaar overschrijdt, moet haar of zijn deel van het pensioen zelf via de ex opeisen. De wet uit 1995 geldt ook met terugwerkende kracht voor scheidingen van na 27 november 1981. Als voorwaarde geldt dat men getrouwd was in gemeenschap van goederen. Wie denkt alsnog aanspraak te kunnen maken op het pensioen van haar ex, doet er goed aan een advocaat in de arm te nemen die gespecialiseerd is in het personen- en familierecht.
Vrouwen die voor 27 november 1981 zijn gescheiden, kunnen slechts onder voorwaarden van de pensioenverevening profiteren. Een van die voorwaarden was dat zij zich voor 1 mei 1997 moesten melden bij het pensioenfonds van hun ex. Bovendien krijgen zij hoogstens een kwart van het opgebouwde pensioen. De regering koos er destijds voor hun aanspraken op het pensioen van de ex ( waaraan ze als huisvrouw natuurlijk net zo hard hebben meegewerkt) te beperken om de mannen niet in een lastig (financieel) parket te brengen.

Je kunt je partner verliezen door een scheiding, maar ook door overlijden. In dat geval heeft de achterblijvende met onmiddellijke ingang recht op nabestaandenpensioen. Voor receptioniste Ria Bontekoe (62) uit Tilburg was – en is – dit een pleister op de wonde. Want haar eigen ouderdomspensioen van netto € 2739 per jaar dat ze straks na 26 jaar parttime werken tegemoet kan zien, is geen vetpot. ‘Ik ben dan ook erg blij met het nabestaandenpensioen van mijn man. Tien jaar geleden overleed hij. Ik had nooit stilgestaan bij mijn financiŽle situatie na zijn overlijden. Dat ik zonder hem verder moest, was mijn grootste zorg. Pas veel later kon ik over geld nadenken.’
Daarbij werd ze geholpen door de onderwijsvakvereniging waarbij haar man lid was en het pensioenfonds ABP. Ze zou aan nabestaandenpensioen netto € 1062 in de maand krijgen, werd haar voorgerekend, en daarnaast – tot haar 65e – een uitkering van de Algemene Nabestaandenwet. ‘We hadden bovendien gelukkig een aantal dingen goed geregeld; er liep een levensverzekering en ons huis was bijna hypotheekvrij,’ aldus Ria. In totaal heeft ze – afgezien van de spaarpot van de levensverzekering – aan nabestaandenpensioen, nabestaandenuitkering en salaris maandelijks netto € 2278 te besteden. Na haar 65e wordt dat € 1897. Ria: ‘Een heel mooi bedrag. Het maakt het leven makkelijk als je geld hebt.’

Het nabestaandenpensioen stamt nog uit de kostwinnersperiode. Omdat steeds meer vrouwen buitenshuis werken en het aantal alleenstaanden toeneemt, is deze pensioenvorm lang niet meer voor iedereen noodzaak. Daarom kan iedere werknemer sinds 2002 het nabestaandenpensioen omzetten in een hoger ouderdomspensioen voor zichzelf. De keuze daarvoor kan, afhankelijk van het pensioenfonds, nog tot een paar maanden voor de pensionering worden gemaakt. Als er partners zijn, moeten ook zij tekenen, want als iemand kiest voor een hoger ouderdomspensioen, dan blijft er bij overlijden voor de ander niets over.
Steeds meer pensioenfondsen gaan over op een systeem van een nabestaandenpensioen  op risicobasis. Dan wordt er geen spaarpot gevuld, maar alleen uitgekeerd als de deelnemer tijdens het dienstverband overlijdt. Bij het wisselen van baan, vervalt alle recht op nabestaandenpensioen: er is immers geen spaarpot opgebouwd. Handig om even na te kijken dus voor mensen die hun partner niet voor verrassingen willen stellen.

Ook ex-partners hebben recht op het nabestaandenpensioen van de ander. Net als bij het ouderdomspensioen gaat het ook hier om het gedeelte dat gedurende het huwelijk is opgebouwd. Dit deel kan dan ook niet worden ingeruild tegen een hoger ouderdomspensioen. Ook als de partners bij scheiding afzien van aanspraken op elkaars ouderdomspensioen, dan blijft het recht op nabestaandenpensioen overeind. Wie daar toch onderuit wil, moet er nogal wat moeite voor doen. Een goede scheidingsbemiddelaar raadt het haar cliŽnten ook af. Ze rekent voor wat er gebeurt als hun ex over 12 jaar overlijdt en de alimentatie wegvalt. Als ze recht hebben op nabestaandenpensioen hoeven ze tenminste geen 60 uur te werken om met de kinderen in het huis te blijven wonen. Zo laat ze de kwetsbare kanten van hun keuze zien.